9 out of 10 people like chocolate, the 10th person always lies
Ik begon me zo stilaan te schamen dat ik al meer dan een half jaar in Japan woon, en nog steeds niet tot in Tokyo geraakt was. Oke, er zijn zelfs Japanners die nog nooit in hun eigen hoofdstad geweest zijn, maar goed dat is geen geldig excuus natuurlijk..
Dus had ik mezelve getrakteerd op een paar dagen Tokyo tijdens Golden Week!
Vrijdag 27 april ’s morgens op de shinkansen gesprongen en drie uur later stond ik in Tokyo. Onderweg heb ik ook een glimp kunnen opvangen van de Fujisan, die er eigenlijk helemaal anders uitzag dan ik had verwacht. Eigenlijk had ik daar ook nooit over nagedacht nu ik er zo bij stilsta...
In werkelijkheid is ie veel hoger dan ik had verwacht, of misschien lijkt hij hoger omdat hij eigenlijk in een redelijk vlakke omgeving ligt. Maar nu ik hem gezien heb snap ik beter waarom Japanners zoveel heisa kunnen maken om een berg, Fujisan ziet er inderdaad indrukwekkend uit. Naar het schijnt kan je de berg ook beklimmen, je begint dan snachts te klimmen, ofwel overnacht je ergens halverwege. Het schijnt in elk geval wel de moeite te zijn, dus wie weet, misschien iets om in de zomer te doen!
Maar goed, terug naar Tokyo. Aangekomen in Tokyo Station heb ik toch wel een kwartier rondgelopen voor ik Annabelle had gevonden. We hadden nochtans duidelijk afgesproken aan één bepaalde uitgang, maar dat station is gewoon zo immens groot! Ik kreeg al gelijk een beeld van hoe groot de stad waarin ik was beland wel was.
Die eerste dag zijn we naar Jinbocho gegaan, een buurt in Tokyo waarveel (tweedehands)boekhandels zijn. We zijn een kijkje gaan nemen, hebben onze neus letterlijk tussen de boeken gestoken, en hoewel we veel interessants gezien hebben was het allemaal zo goed als onbetaalbaar voor simpele studentjes als ons.
Daarna zijn we richting Seijo getrokken, de plaats waar Annabelle woont. De rest van de dag (en eigenlijk de rest van mijn verblijf) hebben we gevuld met bijbabbelen. Onze laatste ontmoeting was op haar verjaardagsfeestje in september (dat we trouwens beiden niet snel zullen vergeten denk ik ;) ), en in al die maanden dat we beiden in Japan wonen hebben we natuurlijk heel wat verhalen verzameld.
Zaterdag stonden we op met een stralende zon en blauwe hemel, iets wat ik ook al even had gemist hier. We trokken in zomerse outfit naar Shimokitazawa, een klein maar gezellig plaatsje met veel winkeltjes. Het mooie weer waarmee we waren opgestaan was spijtig genoeg niet van lange duur, want al snel moesten we binnenvluchten voor een serieuze regenbui. Dan maar een Mc Flurry leeggelepeld en ondertussen onze tetteractiviteiten verdergezet.
’s Avonds trokken we dan met Jen (Annabelle’s Engelse buurmeisje) en haar vriend Kenji, Stijn (medestudent uit Leuven die ook een jaar in Seijo verblijft) en nog een paar van hun Japanse vrienden naar Tokyo centrum voor een avondje uit. Eerst onnodig lang rondgewandeld in Shibuya op zoek naar een izakaya (beslissen in groep blijkt in Japan altijd iets langer te duren dan bij ons), en daarna naar Air, een club in Daikanyama, waar naar het schijnt stukken van Lost in Translation zijn opgenomen! Het was een leuke avond, vooral de muziek vond ik echt goed. In Osaka worden we maar al te vaak verleid door Pure zijn “all-you-can-drink” systeem waar we dan de slechte muziek maar moeten bijnemen...
Zondag was het al gauw middag voor we weer uit bed geraakten. Die namiddag zijn we nog naar Harajuku gegaan, de buurt waar je op zondag Japanners verkleed als manga figuren kan vinden. Of gewoon ook erg vreemd gekleedde mensen... Al dat kleurengeweld is natuurlijk erg aanlokkelijk om te fotograferen, maar gelukkig doen de meeste van die mensen niet liever dan zichzelf laten vereeuwingen op papier (of ja digitaal). Op een gegeven moment stond ik een foto te nemen van twee meisjes (die er vooral erg roos uitzagen) en naast mij stonden nog hopen andere mensen gretig foto’s te nemen. Maar de meisjes waren tegen elkaar aan het klagen dat ze die dag niet veel gefotografeerd werden… hmm?
In het nabijgelegen Yoyogi park ligt de Meiji Jingu, het schrijn waar keizer Meiji zaliger begraven ligt. Een mooie tempel, maar op zich niet zo verschillend van de tientalle andere tempels die ik ondertussen al bezocht heb. Wat wel leuk was, was de trouw die er op dat moment aan de gang was, volledig volgens Shinto-rituelen. Ik had dit nog nooit van dichtbij gezien, en om eerlijk te zijn vind ik het maar een vreemde ceremonie ook. Er heerst een zeer ingetogen sfeer die me eerder aan een begrafenis dan aan een trouw deed denken. De kledij is natuurlijk ook erg typisch (kimono), maar ook die zien er niet erg feestelijk uit… In elk geval was het wel eens leuk om te zien!
Daarna zijn we nog via de grote winkelstraat Omotesando (waar alle grote dure merken een vestiging hebben in de meest moderne gebouwen) naar de winkelbuurt van Harajuku gegaan, waar je heel veel kleine leuke winkeltjes vindt.
Op maandag hadden we gepland om een cake-viking, of in het japans “keekie-baikingu” te gaan doen. Ik weet niet waar ze het woord halen, maar viking staat voor een soort "all you can eat"- concept. Bij ons roept "all you can eat" meestal een beeld op van eindeloos veel smakeloos voedsel, maar dat was in dit geval wel even anders! Keekie baikingu worden vaak in poepsjieke hotels gehouden, en zijn eigenlijk immense buffetten met overheerlijke desserts. Ondanks dat er eigenlijk geen plaats meer was, zijn we toch nog in de viking van het Hilton hotel binnengeraakt, en hebben we bijna vier uur lang gesmuld van tonnen overheerlijke calorieën. Naast zoetigheden stonden er ook nog een paar hartige lekkernijen, dus hebben we er maar gelijk ons avondmaal genuttigd ook. Je zou denken dat dit alles een vrij kostelijke affaire is, maar dat valt best mee. We betaalden net geen 3000 yen (=minder dan 20 euro) voor een hele namiddag smullen. Als je weet dat je anders bij een dure patisserie hier makkelijk 500 yen betaalt per ieniemini klein taartje, is dat eigenlijk een koopje!
Op dinsdag had Annabelle al vroeg een vliegtuig richting Fukuoka te halen, dus heb ik Tokyo verder op mijn eentje verkend. Ze had me het pas geopende Tokyo Midtown in Roppongi aangeraden, en daar ben ik dan ook naartoe getrokken. Ik moest ’s avonds de bus richting Osaka nemen in Shinjuku, en omdat ik zeker wou zijn dat ik de halte van de bus zou vinden wou ik ’s morgens eerst langs Shinjuku. Toen ik daar in het station op een plan stond te kijken werd ik plots aangesproken door een vrij jonge salaryman, die in stotterend engels vroeg “would you like to go and have coffee with me?”… Japanners staan nu niet direct bekend als een gevaarlijk volk, maar ik vond het toch maar een beetje vreemd om met een volslagen onbekende iets te gaan drinken. Dus heb ik maar vriendelijk geweigerd.
Nadat ik de vertrekplaats van mijn bus had gevonden (of tenminste dat wat ik verkeerdelijk voor vertrekplaats had gehouden, zo bleek ’s avonds…) ben ik richting Roppongi gegaan. Tokyo Midtown is een tientallen verdiepingen hoog gebouw, mét tuin, temidden van Tokyo centrum. Het grootste gedeelte van het gebouw doet dienst als kantoorruimte, maar de onderste verdiepingen zijn een soort shop- en kunstparadijs. Het Suntory Museum ligt op de derde verdieping, en in de tuin staat het hypermoderne 21_21 gebouw, een tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst. Momenteel liep er een exhibitie met de naam “Chocolate”, en daar kon ik natuurlijk niet aan weerstaan. Maar het was natuurlijk eerder een lust voor het oog dan voor de tong. Vandaar ook de titel van deze blog... :)
Een paar uur voor mijn bus zou vertrekken ben ik dan terug naar Shinjuku gegaan en opnieuw de plaats van vertrek tiendubbel gecheckt. Toen ik in Osaka en Fukuoka de highway bus moest nemen had ik die ook zonder problemen gevonden, dus ik dacht dat ik wel ‘safe’ zat nu… sja, niet dus! Een kwartier voor vertrek zag ik nog steeds weinig beweging. Er arriveerden en vertrokken wel bussen, maar geen enkele met de naam van mijn busmaatschappij op. Op dat moment kreeg ik telefoon met de vraag waar in godsnaam ik uithing, want dat ze op mij aan het wachten waren… oeps?? Via de telefoon kreeg ik dan aanwijzingen in welke richting ik moest gaan, maar op een of andere manier kwamen die niet echt goed door want nadien zat ik nog fouter dan voordien. Ik kreeg dan te horen dat ik een taxi moest nemen naar de plaats van vertrek, want dat ik het anders niet meer zou halen. Oke, klinkt niet zo moeilijk, maar ik zat wel temidden van een ondergronds station, en daar passeren over het algemeen niet zoveel taxi’s… Ik heb gehold, gerend, gespurt, de ziel uit mijn lijf gelopen om toch nog die bus te halen. Uiteindelijk ben ik dan toch op de juiste plaats beland. Bleek dat ik mezelf had moeten aanmelden een uur tevoren, aan een stom klein inklaptafeltje temidden van een ondergrondse parking. De ondergrondse parking van …. het hotel waar ik daarvoor de hele tijd had staan wachten!!...Maar ja, eind goed al goed!